Make your own free website on Tripod.com

Houtem en de Moeren (12 km.)

Houtem, deel van de Belgische gemeente en stad Veurne, prov. West-Vlaanderen, tot 1977 (943 inw.) een zelfstandige gemeente (waar sinds 1971 ook De Moeren toe behoorde), op de grens van de Zeepolders en Zandlemig Vlaanderen, in de Westhoek, aan de Franse grens en het Kanaal van Veurne naar Sint-Winoksbergen.
Gotische hallenkerk (15de–16de eeuw). De pastorie in Vlaamse renaissancestijl (1617; uitgebreid 1686) was tijdens de Eerste Wereldoorlog het hoofdkwartier van koning Albert I.

We starten in Houtem aan de indrukwekkende gotische hallenkerk uit de 15de – 16de eeuw, met zware westertoren in typische baksteengotiek. Het kerkhof, omzoomd door bomen, ligt rond kerk. Stop vervolgens bij de omwalde pastorie, daterend uit 1617, vergroot in 1686 opgetrokken in Vlaamse renaissance.  Vroeger was het een refugiéhuis van de Veurnese St.-Niklaasabdij. Van 1915 tot 1918 was hier het hoofdkwartier van Koning Albert I en het Belgische leger gevestigd.
Met de kerk aan onze rechterkant en de pastorie aan onze linkerkant, vertrekken we rechtdoor, voorbij het slagboompje het straatje in. Op het einde rechtsaf en op het eerste kruispunt linksaf de Oostmoerstraat in. Geniet van de prachtige vergezichten. We stappen even naast de Bergenvaart en steken die via de Steenbakkerijbrug over. We negeren de doodlopende weg links en nemen vervolgens links de Honderdgemetestraat, een zacht golvend, smal betonwegje. En dat is dan ook het enige dat hier golft, want we wandelen hier wel degelijk door le plat pays van Jacques Brel.
Op het einde rechtsaf, de Westmoerstraat in. Negeer de Reigerstraat en steek even verderop de Ringsloot over. Vanaf hier wandelen we door de Moeren. De Moeren liggen in de uiterste uithoek van ‘Bachten de Kupe’, tegen de Franse grens aan. Een derde van het grondgebied behoort tot Veurne en De Panne, twee derde zijn Frans. Door de turfwinning werd de veenlaag afgegraven. Daardoor kwam de streek gemiddeld 3 à 4 m. onder de zeespiegel te liggen. Cobergher ontwierp in de 17de eeuw een systeem om het gebied droog te houden. 23 windmolens vijzelden het water op naar een sloot die het water afvoert naar Duinkerke.
Op het einde van de asfaltweg gaan we naar links. Een wegwijzer vertelt ons dat de Franse grens 1 km. verderop ligt. Daar gaan we even een ommetje maken. We wandelen voorbij taverne-café St.Antoine en op het volgende kruispunt, waar we recht voor ons de kerk van het Franse Les Moëres zien staan, gaan we rechtsaf. We wandelen naast enkele huizen en tussen de aardappelvelden. Op het eerste kruispunt, carrefour dangereux, draaien we rechtsaf, richting België.
We stappen recht op La Distillerie af, een vervallen stokerij, gelegen op de hoek van de Grensstraat. Dat kruispunt steken we over en tegelijkertijd ook de grens. Op Frans grondgebied hebben we café Le Relais en op Belgisch grondgebied café De Noordster. We wandelen terug tussen de velden van de Moeren tot aan het kruispunt met de Middenweg.

Wie kiest voor een kortere wandeling draait hier rechtsaf. Waar de Moerkerkestraat links uitmondt in de Middenweg vervoegen de andere wandelaars ons.

Wie kiest voor de langere route wandelt verder rechtdoor, nog 2,5 km. tot op het einde, bij de Ringsloot. Onderweg komen we onder meer voorbij een smidse en een kapelletje met piëta. De Ringsloot is duidelijk hoger gelegen dan de andere sloten van de Moeren. Wat verder links ligt de St.-Karelsmolen die nog werkt volgens het Cobergherprincipe. We stappen naar rechts, de Debarkestraat in, langs de Ringsloot. Verder negeren we de wegwijzers naar Veurne en Bulskamp en slaan rechts de Kasteellaan in.
In de velden pronkt de ontwiekte St.-Gustaafsmolen. Het kasteel en de boerderij St.-Flora zitten goed ingekapseld tussen de bomen. De dreef, met knoestige essen, is afgesloten voor het verkeer. Wandelaars worden ongemoeid gelaten. De wind heeft vrij spel over dit blote, platte land. Het uitzicht is onbelemmerd. Aan de betonweg kiezen we links. Na 800 m. genieten tussen de Grote en de Kleine Stinkaard, nemen we rechts de Moerkerkestraat. Loodrechte slootjes doorkerven het landschap. We wandelen voorbij hof St.-Louis en het Moerlandhof. Aan het kruispunt met de Middenweg gaan we links, tussen de scheefgewaaide bomen, en voorbij het bemalingstation de Seine. Even verder steken we opnieuw de Ringsloot over. We zijn terug in Houtem en zien de kerk al staan. We nemen de eerste weg links, de Jagerstraat. Nu is het echt genieten: een erg smal betonwegje door een indrukwekkend agrarisch landschap. Op het einde rechtsaf en deze weg blijven volgen tot we via de Perenbrug de Bergenvaart kunnen oversteken. Deze wat bredere we blijven we nog even volgen tot we rechts de Sacramentstraat kunnen indraaien. Nu kuieren we opnieuw over een smal betonlint, tussen de groene akkers. We laten de Oostmolenstraat voor wat ze is en wandelen verder rechtdoor. Waar de Sacramentstraat linksaf draait, draaien we mee naar links. Vanaf deze weg krijgen we een prachtig zicht op de dorpskern van Houtem, met de kerk en de oude pastorie. Achter het bord dat de agglomeratie van Houtem aangeeft, rechtsaf en zo komen we terug bij ons vertrekpunt.

Bron: Kreo, maandblad van Vakantiegenoegens

Brel, Jacques (Brussel 8 april 1929 – Bobigny, bij Parijs 9 okt. 1978), Belgisch chansonnier, dichter en componist, ging op 24-jarige leeftijd naar Parijs, waar hij als chansonnier debuteerde; in 1954 nam hij zijn eerste plaat op. Hij maakte een grote carrière met zijn soms uitbundige, soms wrange, soms tedere chansons, met elan en vol overgave gebracht. In 1967 beëindigde hij zijn loopbaan als chansonnier, trad nog op in enkele films en in musicals (o.m. de hoofdrol in L'homme de la Mancha, waarvan hij zelf de Franse versie bewerkte) en trok zich daarna, lijdend aan een ernstige ziekte, vrijwel geheel terug. In 1977 verwekte hij nog opschudding in België met Les F…, een bitter chanson tegen de flaminganten. Tot Brels bekendste chansons behoren: Ne me quitte pas, Quand on n’a que l'amour, Rosa, Les Flamandes, Le moribond en Le plat pays (dat hij ook in het Nederlands zong).

Veurne, gemeente en stad in België, in de prov. West-Vlaanderen, hoofdplaats van het gelijknamige arrondissement, 96,34 km2, met 11!519 inw.
Veurne ligt in de Westhoek en de Zeepolders, aan de Franse grens, aan het kanaal Plassendale–Duinkerke en het kanaal van Lo.

1. Functies

De stadskern van Veurne is een kleinstedelijk verzorgingscentrum met enige industrie, o.m. een industrieterrein van 148 ha (voedingsmiddelen, bouwmaterialen, textiel en metaalconstructie). In de in 1971 toegevoegde deelgemeenten, alsook in Houtem, De Moeren, Vinkem en Wulveringem, is vooral de landbouw (o.a. graan, suikerbieten en vlas) van belang. Het dagtoerisme (cultuurhistorische gebouwen, oogstfeesten in augustus en Boetprocessie [– zie hierna] wordt bevorderd door de nabijheid van de Westkust. Van de werkbevolking is 10,4% actief in de landbouw, 22,4% in de industrie, 62,1% in de dienstensector en 5% bedrijf onbekend.

2. Stadsbeeld

2.1 De Grote Markt

De Grote Markt is een van de fraaiste en best bewaarde marktpleinen van België. Opvallend is de eenheid van bouwstijl: Vlaamse renaissance uit de late 16de en begin 17de eeuw. Aan de westzijde staat het uit twee huizen bestaande stadhuis (1596 en 1612), van lokale gele baksteen, met een blauwe stenen pui door F. Aerts en J. Stalpaert, twee topgevels in krulvorm en een torentje met peervormige spits. Aan de noordzijde: het Gerechtshof (1612–1622; door S. Boulin), voormalig landhuis van de kasselrij Veurne Ambacht, met op het gelijkvloers gotische resten van een ouder gebouw. Achter het Gerechtshof staat het laat-gotische belfort met vierkante onderbouw, achthoekig middenstuk en barokke spits uit 1628. Aan de oostzijde bevindt zich het gotische Spaans Paviljoen, het oorspronkelijke stadhuis, met een zware middeleeuwse vleugel uit ca. 1450 en een lichtere uit 1528–1530. Eveneens aan de oostzijde staat de Oude Vleeshalle (1615), met zgn. tabernakelvenster, dat men ook terugvindt in talrijke andere gevels op de Grote Markt. Aan de zuidzijde: de Hoge Wacht (1636) met fraaie boogpartijen en de benedenverdieping.
Voorts bevindt zich in de stad een groot aantal woonhuizen in renaissance-, barok- en classicistische stijl. De onvoltooide vroeg-gotische St.-Walburgakerk heeft een koor met Doornikse zuilen en kapitelen (ca. 1250 begonnen) en omgang met absiskapellen uit de 13de en 14de eeuw; het neogotische transept met schip van twee traveeën (1904) vervangt de oude romaanse kruiskerk (in 1901–1904 gesloopt); de bouw van de toren (1350) werd gestaakt toen de kerk door een hevige brand werd geteisterd; de ruïne van de toren in het Stadspark is gerestaureerd en geeft een goed beeld van de grootse opzet van deze kapittelkerk. Het meubilair is hoofdzakelijk 18de-eeuws, o.a. een predikstoel (1727) van H. Pulinckx de Oude, twee rococobiechtstoelen en -koorlezenaar. Het zeer mooie koorgestoelte (1596), van O. van Ommeren, is in renaissancestijl. De gotische kapelafsluiting van blauwse steen (1528) werd ontworpen door W. Aerts. De kerk bezit een 16de-eeuws altaarkruis, alsmede een reliekhouder van het H. Kruis (16de eeuw).
De gotische St.-Niklaaskerk (1494–1498) is een goed voorbeeld van een West-Vlaamse hallenkerk. Het westportaal met voorstelling van de 24 ouderlingen is 13de-eeuws, evenals de toren, met klokkenverdieping uit de 14de eeuw. Het koor dateert uit 1773. Vermeldenswaard in het interieur zijn het drieluik (1534) van J. van Amstel en een Aanbidding der Wijzen; voorts bezit de kerk Brugs edelsmeedwerk in renaissancestijl (begin 17de eeuw), een goudlaken koorkap (1755) en een beiaard van 49 klokken (1961), waaronder ‘'t Bomtje’ (1379; door Willem van Harelbeke), een van de oudste klokken in Vlaanderen. De St.-Niklaaskerk bezat eertijds een torenspits, die echter in 1845 bouwvallig werd verklaard en in 1866 werd afgebroken. De stad heeft een twintigtal kunstgalerijen en -ateliers.

3. Boetprocessie

De Boetprocessie van Veurne is een overblijfsel van de grote openbare boetedoeningen en kruiswegen die door de Contrareformatie in de 17de eeuw werden georganiseerd onder Spaanse invloed. In 1626 ontstond op initiatief van Jacobus Clou, een norbertijn van de St.-Niklaasabdij te Veurne, een openbare kruisweg, die in de Goede Week door de stad trok. Clou vroeg tevens aan de stad een openbare boetprocessie te organiseren. Zelf richtte hij met enkele anderen in 1637 de ‘Sodaliteit van de Gekruisten Zaligmaker ende van Maria zijne bedruckte Moeder staande by hem onder het Cruce op den Berghe van Calvarien’ op. In 1644 nam de Sodaliteit deel aan een grootse processie gehouden tot bestrijding van pest en oorlog. Vanaf 1646 organiseerde de vereniging zelf haar boetprocessie, die sedertdien, behalve onder Jozef II, de Franse Revolutie en in de beide wereldoorlogen, jaarlijks plaatsvindt op de laatste zondag van juli. De Boetprocessie bestaat thans, benevens uit anonieme boetelingen, uit een optocht van een veertigtal groepen (in totaal 400 personen) die gebeurtenissen uit het Oude en Nieuwe Testament, in het bijzonder het passieverhaal, uitbeelden.

4. Geschiedenis

De oudste vermelding van Veurne (877) luidt Furnis van het Oud-Germaanse Furnum (= een nederzetting aan de waterloop Furo). Deze plaats lag op een eiland voor de Vlaamse kust. Kort vóór 891 werd hier een versterkte omheining gebouwd door plaatselijke grondbezitters tegen aanvallen van de Vikingen. Binnen deze omheining stonden een O.L.-Vrouwkapel, waarnaar in de 10de eeuw de relieken van de H. Walburga werden overgebracht, en de burcht van de burggraaf van de kasselrij Veurne. Tussen de 9de en de 11de eeuw werd o.m. door monniken en door de overheid land op zee gewonnen, waardoor Veurne met het vasteland werd verbonden. In 1060 werd voor het eerst een handelsnederzetting vermeld aan weerszijden van de Colme (een waterloop in de Westhoek). Deze nederzetting van schippers en handelaars, waar ook lakennijverheid werd bedreven, groeide zeer snel en tijdens de 12de en 13de eeuw was de stad lid van de Vlaamse Hanze op Londen. De crisis in de Engels-Vlaamse betrekkingen omstreeks 1270 maakte een definitief einde aan de bloei van de stad. In de 16de eeuw was de stad vervallen en een woonplaats van renteniers, ‘ledighgangers’ genoemd, uit de rijke agrarische omgeving. Tijdens de Beeldenstorm en de opstand tegen Spanje had de stad veel te lijden. In 1586 werden de besturen van de kasselrij en van de stad tot één bestuur verenigd, wat een nieuwe bloei tot gevolg had, die tot uiting komt in de architectuur van de Grote Markt en in de rijkdom van de kerken. In 1640 kwam de Nieuwe Vaart of het Kanaal Nieuwpoort–Duinkerke gereed, waarvoor deels gebruik werd gemaakt van de bestaande grachten. In de periode tussen de Vrede van Aken (1668) en de Vrede van Utrecht (1713) was Veurne Frans bezit. De Franse vestingen en de resten van de middeleeuwse muren werden onder Jozef II gesloopt. Tijdens de Slag om de IJzer, in okt. 1914, had koning Albert zijn hoofdkwartier in het Veurnse stadhuis en de legerleiding besprak er met Karel Cogge, opzichter van de Noordwatering te Veurne, de onderwaterzetting van de IJzervlakte. Tijdens de beide wereldoorlogen werd Veurne zwaar getroffen, maar daarna telkens fraai gerestaureerd. In de Eerste Wereldoorlog lag de stad vlak achter de vuurlinie en in 1940 leverden de Engelsen er verwoede achterhoedegevechten.
De huidige gemeente Veurne ontstond in 1977 door samenvoeging van de toen opgeheven gelijknamige gemeente (waaraan in 1971 Avekapelle, Booitshoeke, Bulskamp, Eggewaartskapelle, Steenkerke en Zoutenaaie waren toegevoegd; 9501 inw.) met Beauvoorde en Houtem.

De Panne, gemeente in België, prov. West-Vlaanderen, arr. Veurne, 23,9 km2, met 9615 inw.

De Panne, gelegen aan de Noordzee (Westkust), deels in de Zeepolders, in de Westhoek, aan het Kanaal Nieuwpoort–Duinkerke en aan de Franse grens, is een belangrijk toeristisch centrum. De badplaats heeft een 4,8 km lang strand (350 à 400 m breed bij laag water), een 2 km lange zeedijk en een zeer uitgestrekte natuurlijke duinengordel, waarvan een deel het staatsnatuurreservaat De Westhoek vormt. Polyvalent ontspanningspark te Adinkerke. Van de werkbevolking is 2, 5% werkzaam in de landbouw, 13% in de industrie en 84,5% in de dienstensector. Prehistorische en Romeinse vondsten.

De huidige gemeente De Panne ontstond in 1977 door samenvoeging van de toen opgeheven gelijknamige gemeente (7087 inw.) met Adinkerke.

Cobergher, Wenzel, of Wenceslas, ook Coebergher (Antwerpen ca. 1561 – Brussel 23 nov. 1634), Zuid-Nederlands schilder, oudheidkundige, bouwkundige, scheikundige en econoom, ging in 1573 te Antwerpen in de leer bij Maarten de Vos en trok in 1579 via Parijs naar Italië, waar hij aanvankelijk te Napels als schilder werkzaam was. Van 1591 tot 1598 verbleef hij te Rome, waar hij als schilder, maar vooral als numismaticus en oudheidkundige in aanzien stond. Hij publiceerde er een plaatwerk over antieke munten en een Tractatus de pictura antiqua (1591). In 1604 keerde hij naar de Nederlanden terug, waar hij het daaropvolgende jaar als bouwkundige in dienst trad van de aartshertogen. Er zijn slechts enkele schilderijen van hem bekend, in correcte maniëristische stijl. Van meer betekenis is zijn architectonisch werk. Hij was de eerste die de barok in de Zuidelijke Nederlanden invoerde (o.a. de bedevaartkerk van O.-L.-Vrouw te Scherpenheuvel, 1609–1629; de St.-Augustinuskerk te Antwerpen, 1615–1618; het stadhuis te Aat, 1614–1624). Hij voerde waterwerken uit aan het hertogelijk hof te Brussel (1605–1606) en aan het kasteel te Tervuren, en leverde ontwerpen tot het graven van kanalen. Zijn belangrijkste prestatie op dit gebied was het droogleggen van de moeren tussen Veurne en Hondschote (1622 vv.), waarvoor hij tot heer van Saint-Antoine en Coberghe verheven werd. Als scheikundige interesseerde hij zich voor de vervaardiging van kali (patentbrieven van 1618 en 1627). Ten slotte was hij de stichter van de Berg van Barmhartigheid, officiële liefdadige instellingen die reeds vroeger in Italië bloeiden. Door zijn toedoen kwamen tussen 1618 en 1633 vijftien van dergelijke instellingen tot stand, o.m. te Antwerpen, Brugge, Gent, Doornik, Sint-Winoksbergen, Brussel, Kortrijk, Namen en Bergen.

Bulskamp, deel van de Belgische gemeente en stad Veurne, prov. West-Vlaanderen, tot 1971 (656 inw.) een zelfstandige gemeente.
Bulskamp, gelegen in het overgangsgebied tussen de Zeepolders en Zandlemig Vlaanderen, in de Westhoek, aan het Kanaal Veurne–Sint-Winoksbergen, bezit een neogotische kerk (1883) met een toren uit de 15de eeuw.